Park Paviljoen De Hoge Veluwe is eigentijds landhuis

[ad_1]

Als centrale ontmoetingsplek op Het Nationale Park De Hoge Veluwe hebben De Zwarte Hond en Monadnock een groot paviljoen ontworpen dat er vanaf iedere zijde anders uitziet en bezoekers een serie van belevingen biedt.

In het huidige architectuurdebat valt het woord ‘pittoresk’ nog maar zelden. Dat was voor het modernisme wel anders, toen het een belangrijk thema in ook de Nederlandse architectuur was. Als woord is het afgeleid van het Engelse picturesque, dat ook als schilderachtig vertaald kan worden. En het wijst naar een benadering waarin de instinctieve beleving van het landschap, maar ook de architectuur centraal staat. Destijds als tegenpool van het academische classicisme.

Een belangrijk kenmerk van pittoreske architectuur is een uitgesproken tekening tegen de lucht (silhouet) en op de grond (perimeter). Het Jachthuis St. Hubertus dat Hendrik Petrus Berlage op Het Nationale Park De Hoge Veluwe heeft ontworpen is een goed voorbeeld hiervan. Het verderop gelegen nieuwe Park Paviljoen hebben De Zwarte Hond en Monadnock nu volgens dezelfde benadering ontworpen. Het gebouw is dan ook het beste te omschrijven vanuit de beleving ervan. 

- Advertentie -

Glinstering
Vanuit de schaduw van het bos glinstert het paviljoen je al van verre tegemoet. Bij bewolkt weer is het een subtiele glans, bij helder weer is het echt een heldere schittering. Tijdens een wandeling of fietstocht door het park word je er naartoe getrokken.

Richting de grote parkeerplaats ernaast rijst het volume op tot een dubbele ‘huis’-vorm, waar een boogvorm doorheen schijnt. Van de andere zijden is het gebouw amorfer. Richting het terras verlaagt het volume zich met een langskap en kleine luifels – eigenlijk nissen.

Een wandeling langs het gebouw is de volgende beleving. Het heeft wel iets van een uitvergrote accordeon, die glazen zigzaggevel, die zich echt aan je ontvouwt terwijl je er langs loopt, een effect dat versterkt wordt door de gebogen vorm van het gebouw. Afhankelijk van de spiegeling van de gevel biedt deze wisselende blikken naar binnen.

Haard
Stap je het paviljoen binnen, dan verandert de beleving totaal. De ruimte wordt gedomineerd door een gekromd tongewelf waarop door eigentijdse kroonluchters steeds andere plekken oplichten en dan weer weer dimmen. Eronder is tot een hoogte van drie meter een eikenhouten lambrisering aangebracht die de ruimte verder samenbindt.

In z’n doorsnede doet de ruimte wel wat denken aan de ontvangstruimtes in negentiende eeuwse landhuizen. Maar door de gebogen vorm van de ruimte is het vooral een eenentwintigste-eeuwse architectuur. De door BeersNielsen ontwikkelde kroonluchters projecteren in een continue beweging ‘licht zoals dat door een bladerdak valt’ op het met de hand afgestucte plafond.

Vanaf de entree kun je rechtsaf de winkel in en linksaf het restaurant in. Dat restaurant eindigt in een monumentale haard die in zijn vormgeving ook knipoogt naar de art deco, een van de laatste architectuurbewegingen voor het modernisme. In de haard liggen de speciaal ervoor ontwikkelde tegels precies niet recht – dat is zo ontworpen. Net zo is de speciaal voor het project ontwikkelde gietvloer bewust voorzien van ‘vegen’ om deze er gebruikt uit te laten zien en nieuwe vegen erop niet op te laten vallen.

De opdrachtgever vond het belangrijk dat er een haard zou terugkomen in de nieuwbouw. In de boerderette die voorheen op deze plek stond, en waarin ook een restaurant gevestigd was, verzamelde iedereen zich daar in het herfst- en winterseizoen namelijk altijd omheen. In de nieuwbouw is die sfeer van rond de haard zitten aangezet met twee jachttrofeeën en zware lederen meubels. 

Al het meubilair is trouwens ontworpen of samengesteld door Vos Interieur, die naast eigen ontwerpen en maatwerkmeubels ook samenwerkingen is aangegaan met andere ontwerpers. Zo heeft ook designer Piet Hein Eek een reeks stoelen voor het project ontworpen.

Zigzag
In het interieur is de zone aan het raam vervolgens weer een verhaal apart. Door de glazen gevel te laten zigzaggen ontstaan glazen nissen waarin bezoekers het zich gemakkelijk maken. Waar je onder het tongewelf meer ‘binnen’ zit, daar zit je in de nissen weliswaar onder een lager plafond, maar gaat het vooral om het uitkijken over het landschap van de Veluwe.

Deze bijzondere gevel ontstond vanuit de wens om enerzijds een glazen gevel te maken, zodat er vanuit de winkel en het restaurant altijd zicht om het landschap is, maar anderzijds via een luifel te veel directe instraling van de zon tegen te gaan, zo leggen de betrokken architectenbureaus uit. Doordat op het terras buiten in de nissen ook zitjes zijn gemaakt, gaan binnen en buiten in deze zone echt in elkaar over.

Eigentijds landhuis
Terugkijkend op het ontwerpproces benadrukken de architectenbureaus hoe belangrijk het was om het toch vrij grote volume van 3.300 m2 kleiner te laten lijken en zo beter in het landschap te laten passen. De organisatie onder de dubbele kap komt daar vandaan.

“Verder speelden in het ontwerp ook drie referenties door elkaar heen”, vertelt architect Job Floris van Monadnock. “De landhuizen zoals Lutyens en Eschauzier die ontwierpen. Deze leggen wel een relatie met het omliggende landschap, maar verschillen er nadrukkelijk ook van.”

“Vervolgens is er de referentie van de Woudkapel door Asplund in de bossen bij Stockholm. Daar is goed te zien hoe een interieur qua vorm ook een verrassing kan zijn. En tenslotte is er nog de referentie van Café Una door Lacaton & Vassal in Wenen, dat laat zien hoe een plafond zo aanwezig kan zijn dat het de ruimte echt samenbindt.”

“In het ontwerp van het Park Paviljoen zijn deze referenties samengesmolten”, vult architect Willem Hein Schenk van De Zwarte Hond aan. “En door de eigentijdse vormgeving en materialisering, met bijvoorbeeld aluminium profielen, hebben we er eigentijds landhuis van willen maken.”

Achter de schermen
Ook bij een eigentijdse pittoreske architectuur horen geen zichtbare installaties. Deze zijn daarom overal zorgvuldig aan het oog onttrokken. In de winkel en het restaurant wordt verse lucht ingeblazen via perforaties in de lambrisering en wordt deze lucht vervolgens onzichtbaar afgezogen aan de onderzijden van de dakkapellen. Het paviljoen zit vol met dat soort details. De PV-panelen liggen bewust op een dakvlak dat je als bezoeker niet ziet. 

Om het paviljoen zo energiezuinig mogelijk te maken is onder een zandheuvel ernaast een grote WKO aangelegd.

Bijeenkomsten
Vanaf de entree kunnen bezoekers ook omhoog via een sculpturale houten wenteltrap. Deze leidt naar een lange gang die een reeks van multifunctionele zalen ontsluit. Deze zalen zijn voor familiebijeenkomsten te gebruiken, maar ook voor zakelijke bijeenkomsten.

Centraal op de verdieping ligt een wigvormige ‘foyer’ die samen met een van de naastgelegen ruimtes is te huren. Twee evengrote ruimtes zijn met een beweegbare wand te koppelen. De twee andere ruimtes hebben beide een andere vorm, zodat ze voor verschillende typen bijeenkomsten te gebruiken zijn. Deze ruimtes zijn met een kleinere opening te koppelen.

De ruimtes voor bijeenkomsten zijn voorzien van balkons met gesloten balustrades om het laden en lossen aan de boszijde van het paviljoen van binnen aan het oog te onttrekken. Want dat is wat zich onder deze laag bevindt: de expeditie, de keuken en de kantoren.

Het spectaculairst op deze eerste verdieping is uiteindelijk toch de lange gang. Deze heeft een ritme gekregen door de sculpturale daklichten met eronder zitjes en ramen die uitzicht bieden naar het de winkel en het restaurant beneden.

[ad_2]

- Advertentie -