Vervuilen is geen recht. En al helemaal geen Vlaamse waarde

[ad_1]

Met De ogen van de panda schotelde professor Etienne Vermeersch generaties studenten van de Gentse Letteren en Wijsbegeerte een milieufilosofisch essay voor. Het ethisch-ecologisch dilemma dat er in aan bod komt, vat een kernthema in het milieudebat. Dat dilemma schetst een somber beeld. Vanuit ethisch oogpunt heeft de doorsnee Aziaat of Afrikaan recht op de tien keer hogere levensstandaard van de westerling. Maar vanuit ecologisch overwegingen was het volgens Vermeersch onhoudbaar om de hele wereldbevolking die levensstandaard te bieden.
 

Vermeersch concludeerde in zijn essay uit 1988 dat zowel de wereldbevolking als het consumptiepeil in het Westen moesten krimpen.  In een opinie voor De Morgen in 2011 herhaalde hij dat: “Iedereen kan toch inzien dat zowel een daling van de wereldbevolking als een algemene daling van de consumptie per persoon absoluut noodzakelijk zijn? En aangezien wij, in de rijke landen, per persoon een veel hogere druk betekenen op al die ecologisch relevante factoren, is het vooral bij ons dat zowel de geboortebeperking als de beperking van het consumptieniveau een absolute voorrang moeten krijgen.” Maar hij stelde tegelijk pessimistisch vast dat dat niet zou gebeuren.
 

- Advertentie -

De tovenaar en de profeet
 

De positie van Vermeersch kunnen we in navolging van de Amerikaanse auteur Charles Mann die van ‘de profeet’ noemen. De profeet roept ecologische grenzen in om een rem op de bevolkings- of economische groei te bepleiten. Daartegenover plaatst Mann de figuur van ‘de tovenaar’, die gelooft dat technologische vooruitgang het ethisch-ecologisch dilemma kan oplossen. Door de productie en consumptie radicaal te vergroenen, zal de hele wereldbevolking van de westerse levensstandaard kunnen genieten. 
 

Dat milieudebat met wortels in de 20ste eeuw woedt nog steeds voort. Het krijgt ook steeds radicalere en vreemdsoortige vertakkingen. Zo komt vanuit het zuiden van ons land ‘de collapsologie’ binnen, die de ondergang van de industriële samenleving voorbereidt. Lijnrecht daartegenover staan de Angelsaksische ecomodernisten, die helemaal geen ondergang voorzien maar net een ‘goed antropoceen’: mensen gaan samenleven in megasteden, zich voeden met ggo’s en hun leven laten draaien op kernenergie, en dan zullen we in de beste aller werelden leven.
 

Het Parijs-akkoord: een ethisch compromis in een perverse wereld
 

President Trump en de staat van het klimaat zetten dat gekende milieudebat op losse schroeven. Geldt voor Trump niet de ethisch-ecologische perversie? Hij geeft geen moer om rechtvaardigheid of duurzaamheid. De Franse filosoof Bruno Latour wijst er terecht op dat de terugtrekking van de VS uit het klimaatakkoord van Parijs een sleutelmoment is in de recente geschiedenis. Trump trok niet alleen de stekker uit het vooruitgangsgeloof. Ook de idee dat we één en dezelfde wereld delen, ging op de schop. De boodschap voor wie aan de andere kant van de muur leeft, is glashelder: jouw lot raakt ons niet. Zelfs al vlucht je voor de gevolgen van de klimaatverandering die we mee veroorzaken. 
 

De recente ontwikkelingen in het klimaatsysteem tonen op hun beurt dat enkele onomkeerbare trends hoogstwaarschijnlijk al op gang zijn gekomen. Waardevolle ecosystemen zoals koraalriffen zijn al grotendeels ten dode opgeschreven. De zeespiegelstijging is vertrokken voor verschillende eeuwen. De broeikasgasemissies van de mens bepalen enkel nog de snelheid van de klimaatverandering – al is zelfs dat niet meer zeker, er kan een domino-effect optreden waarbij die klimaatverandering zichzelf versnelt, de zogenaamde runaway global warming. 
 

Trump en de staat van het klimaat werpen een ander licht op de ideeënstrijd tussen tovenaars en profeten. Zelfs al zou de technologie er zijn om de ecologische crisis aan te pakken, wereldleiders passen ze niet toe. En zelfs al doen sommige landen dat wel, het lijkt te weinig en te laat. Technologie en innovatie zijn cruciaal, maar bieden onvoldoende antwoord op wat er vandaag misloopt. Door de werking van het kapitalisme, de belangen van fossiele bedrijven of de machtspolitiek van staten in de analyse op te nemen, vermijden we de steriele debatten over voorkeurstechnologieën. 
 

Het belang daarvan blijkt nergens beter dan in de eindeloze klimaatonderhandelingen. Die liepen en lopen niet zo moeizaam omdat er aan de ene kant van de tafel landen zitten die windturbines verkiezen en aan de andere kant adepten van kernenergie. Nee: een wereldwijd klimaatakkoord onderhandelen was zo moeilijk omdat elke staat uit was op een eerbare regeling. Op de onderhandelingstafel lag voor de ene het recht op ontwikkeling ter bespreking, voor de andere schadeloosstelling bij extreem weer, en voor een derde – zoals de kleine eilandstaten – zelfs het eigen voortbestaan. Het duur bevochten compromis, het klimaatakkoord van Parijs, is verre van perfect. Maar het wijst in het huidig tijdsgewricht het verschil aan tussen ethische perversie en excellentie. 
 

Onder het Parijs-akkoord moet elk land alles op alles zetten om de klimaatverandering niet nog erger te maken en ze ruim onder de 2°C te houden. De historisch grootste vervuilers staan de landen in ontwikkeling bij om te vergroenen. Ten slotte kunnen diegenen die de gevolgen van de klimaatverandering ondervinden, rekenen op steun van de anderen. Dat is de morele kern van de strijd tegen de klimaatverandering, waar de wereldgemeenschap met veel vallen en opstaan naar toe werkt.
 

Europa is een baken van hoop
 

Netto geen broeikasgassen meer uitstoten voor 2050, de zogenaamde koolstofneutraliteit, is de noodzakelijke Europese bijdrage aan die mondiale klimaatinspanning. Europa is een baken van hoop in de strijd tegen de klimaatverandering. Sociale bescherming, welvaartscreatie en het terugdringen van de broeikasgassen sporen hier steeds beter samen. De EU belast de uitstoot van grote vervuilers, legt baanbrekende normen op aan autobouwers en zorgt voor een spectaculaire groei van hernieuwbare energie. Langzaamaan zet ze ook de krachtige en noodzakelijke hefbomen uit het monetair en handelsbeleid in voor koolstofneutraliteit. Daarmee grijpt ze in op de kern van de werking van de mondiale economie en overstijgt ze een enge, technologische kijk op de zaak.  

Wat met Vlaanderen? De aarzeling van Bart De Wever om voluit te kiezen voor het waarmaken van het klimaatakkoord van Parijs, hoe moeilijk ook, zet aan het denken. Zijn veelgelezen essay Over identiteit geeft een gedeeltelijke verklaring. De Wever toont zich hier een gemeenschapsman in hart en nieren, op zoek naar een ‘nieuwe broncode’ om de Vlaming te verheffen. De Wever ziet als grootste bedreiging voor ‘onze rechten en vrijheden’ het cultuurrelativisme en de radicale islam. Als antwoord presenteert hij een viertal principes: de neutraliteit van de overheid, het dwingend vooropstellen van de Nederlandse taal, de verlichtingswaarden en het burgerschap. Een morele kern, die de Vlaamse gemeenschap moet smeden tot een sterker geheel.
 

Met die morele kern, die waarden, is er weliswaar iets vreemds aan de hand. Bij De Wever vervaagt het onderscheid tussen gebruiken en waarden. Daardoor verdwijnt het ontwrichtend ethisch appèl dat van waarden uitgaat. Een voorbeeld: dierenrechten. Wie in universele waarden gelooft, zou net zo gedreven moeten optreden tegen onverdoofd slachten door moslims als tegen de jacht door Vlamingen. Dezelfde ethische waarde kan niet aan kracht inboeten afhankelijk van de groep waarop ze betrekking heeft. Anders ben je geen universele waarden aan het verdedigen, maar hypocriet pestgedrag aan het etaleren.
 

Hopelijk was het slechts electorale profilering, want in de verkiezingscampagne heeft de N-VA rond klimaat meermaals dat bedenkelijke pad bewandeld. Ze praatte bestaande gebruiken van Vlamingen goed en deed alsof het waarden waren. ‘Iedereen heeft recht op zijn zomervakantie met het vliegtuig’ is vanuit ecologisch oogpunt onhoudbaar. Er bestaat geen ‘recht om te vliegen’. Vliegvakanties zijn in het beste geval een gewoonte die we zo snel mogelijk moeten vergroenen.
 

Culturele strijd
 

Het klimaatdebat is zo verzeild geraakt in een culturele strijd over de gewoonten van de Vlaming. Daarbij vervalt links in moraliseren en past rechts de technieken toe van de klimaatontkenners in de VS. Dat laatste gaat als volgt: frame noodzakelijke klimaatmaatregelen als een aanval op de eigen identiteit, en ze lopen gegarandeerd averij op. Trump herhaalde voor de kompels in de steenkoolmijnen keer op keer dat de Democraten hun levensstijl afwijzen. De Democraten verloren daardoor de stemmen van de mijnwerkers. Onder invloed van economische trends gingen de steenkoolcentrales onder Trump net zo snel dicht als voordien. Bovendien hadden de Democraten een beter economisch alternatief voor de mijnwerkers. Het wijst erop dat identiteit een explosief gegeven en moraliseren een onvruchtbare aanpak is. 
 

Maat wat te doen, als vliegtuigreizen geen recht is en moraliseren niet helpt? Voor de belangrijkste vormen van uitstoot zijn er emissievrije alternatieven die evenveel of zelfs meer comfort bieden. Ze kunnen aansluiten bij de bestaande verwachtingen en gewoonten van mensen. Denk aan warmtepompen of elektrische voertuigen. Maar ze zijn nog veel te duur. De centrale uitdaging voor het klimaatbeleid in de komende jaren is om die oplossingen met massale investeringen, stimuli en normen op te schalen zodat ze zo snel mogelijk goedkoper en aantrekkelijker worden. Dan kiezen mensen er vanzelf voor. Wil je tijdelijk het fiscaal voordeel van een salariswagen? Dan zal het wel een emissievrije zijn.
 

Voor die emissiereducties waar we wel (nog) afhangen van gedragsverandering is het verleiden en laten ervaren van de voordelen de beste aanpak. We verrijken de bestaande cultuur van binnenuit. In een fietsland sta je niet in de file, maar zoef je gezwind langs de fietssnelweg. Door te experimenteren met de vegetarische keuken ontdek je nieuwe smaken. Reizen met de trein kan best avontuurlijk zijn. De ethische kern, koolstofneutraliteit, is richtinggevend. Maar dat betekent niet dat moraliseren de beste aanpak is.
 

Pas als er een voldoende grote kritische massa is, liggen de meer ingrijpende maatregelen binnen bereik. Bijna iedereen erkent nu dat het rookverbod in restaurants en cafés een enorme verbetering was. Maar vooraf stond Jean-Marie Dedecker er natuurlijk tegen te fulmineren. Net zoals hij nu woest afgeeft op elektrische wagens. Nochtans zullen emissievrije steden zonder luchtvervuiling en lawaai een stuk aangenamer zijn. 
 

Op zijn sterfbed zag Etienne Vermeersch de klimaatprotesten op tv en kon hij zijn geluk niet op. Ze brachten het ethisch appèl dat uitgaat van de ecologische crisis voor iedereen opnieuw zichtbaar op straat. De grote vraag is nu of de Vlaamse onderhandelaars zich inschakelen in de Europese dynamiek naar koolstofneutraliteit of het nalaten om te excelleren.



[ad_2]

- Advertentie -