Het olifantenpaadje van propositie-ontwikkeling: de designsprint

[ad_1]


Beste managers, laat de controle los of kom er zelf in zitten. Vier tips

Als het om propositie-ontwikkeling gaat, zijn we allemaal een beetje Usain Bolt. Geen marathons, maar keiharde sprints. Dat hebben we te danken aan Jake Knapp, die een paar jaar geleden de Google Ventures Sprint introduceerde in zijn boek ‘Sprint’. De designsprint kennen we ondertussen: een propositie-ontwikkelingsproces van drie tot vijf maanden, samengeperst in vijf dagen. Hoe doe je dat écht goed? Vier tips voor een goede designsprint.

- Advertentie -

Het basisidee van Knapp is simpel: je ontwikkelt in een hecht team in vijf dagen een propositie die er zo echt uitziet dat je klanten nauwelijks doorhebben dat het nog een prototype is. Dit prototype test je op de doelgroep. Vroeger was je maanden bezig om een propositie te bouwen, om dan bij het testen een klap om je oren te krijgen. Omdat het niet voldeed aan een behoefte. Nu weet je dat binnen vijf dagen.

Een propositie-ontwikkelingsproces in vijf dagen

Het sprinten is eigenlijk een normaal propositie-ontwikkelingsproces van drie tot vijf maanden, samengeperst in vijf dagen. Begin at the end, zegt Knapp. Daarmee moedigt hij iedereen aan eerst een westerndecor te bouwen. Als je in de zanderige straat staat, ziet het stadje er heel echt uit. Maar je moet niet door de saloon-deuren lopen. Dan sta je in een woestijn. Toch is het decor goed genoeg om jou twee uur lang het gevoel te geven dat alles klopt. En daar gaat het om.

Als innovatiecreatief faciliteer ik zelf regelmatig designsprints. Hierbij vallen mij een aantal zaken op. Het begint met de verwachtingen binnen bedrijven die gaan sprinten. Het valt niet mee om acht personen voor een designsprint vrij te maken. In tegenstelling tot hoe het in Amerika gaat, werken mensen in Nederland vaak niet vijf dagen achter elkaar. Wij hebben mama- en papadagen.

“Elke dag is een belangrijke dag in een designsprint”

Daarbij is het best moeilijk om managers vijf dagen vrij te spelen. Die hebben – vinden ze vaak zelf –wel wat beters te doen. Dat is jammer, want voor draagvlak in het MT (na de sprint) is een krachtige ‘Decider’ in de sprint zeer gewenst, vindt Jake Knapp. En ik ben het er roerend mee eens. Daarom: vier tips voor een goede designsprint.

Tip 1: Ga niet sprinten als niet iedereen aanwezig is

Elke dag is een belangrijke dag in een designsprint. Verklaar je team heilig en hou ze zoveel mogelijk bij elkaar. Kies ervoor om de sprint in twee weken te organiseren. Drie plus twee dagen bijvoorbeeld. Kans is ook groter dat je leidinggevende zich op deze manier wel kan vrijmaken om als Decider mee te doen.

Tip 2: Zet je team eerst in een research-sprint

Voordat je aan een sprint begint, moet je je huiswerk hebben gedaan. Hiermee bedoel ik: ga op zoek naar onderzoeken, branchegegevens en trends. Een deepdive in de klant. Deel dit met je team en vraag hen om hypotheses te schrijven die je samen wilt onderzoeken. Staat niet in het boek van Knapp, maar wij doen het wel. Laat de vijf dagen designsprint voorafgaan door een twee- of driedaagse research-sprint. Niets zo verhelderend voor je teamleden als zelf interviews afnemen met toekomstige en/of huidige klanten. Werk in korte tijd naar een helder beeld van de toekomstige klant. Wat is zijn of haar job to be done? Wat zijn de barrieres? Met deze inzichten kun je de designsprint in gaan.

Tip 3: Stakeholders die even langskomen. Niet doen

Ik ga eerlijk zijn. Ik heb nog geen sprint gedaan waar stakeholders niet plotseling kwamen opdagen, of een Skype of Hangout opeisten. Vaak uit oprechte belangstelling of enthousiasme richting het team. Ik hou je niet tegen, maar beste leidinggevende: het wordt toch een soort tussenpresentatie waar iedereen ‘s ochtends al mee in zijn maag zit. Deze meeting is meestal op het einde van de derde dag: de Ideation-dag. Op de dag dat het team gouden eieren moet leggen, moet je hen niet dwingen om het broeden met twee uur in te korten, omdat jij zonodig einde dag nog een kijkje in de keuken wilt hebben.

“Ga de hele week in de sprint zitten, of laat het team los”

Luister naar Jake Knapp: ga de hele week in de sprint zitten, of laat het team los. Geef je team het vertrouwen en neem in de week na de sprint een dagdeel de tijd om alle bevindingen aan te horen. Ga zelf in gesprek met de teamleden (met al hun verschillende vakspecialismen). Neem wat andere MT-leden mee. Stel je open op. Vraag naar de details.

Tip 4: First time wrong, omarm het

Het moet lukken. Het moet lukken. Weleens met deze kramp in de benen aan iets begonnen? Hoeveel lessen had jij nodig om je rijbewijs te halen? De designsprint is een oncomfortabel en onzeker proces. Je kunt beter na een week op je bek gaan, dan na vijf maanden propositie-ontwikkeling. “Fail fast, learn and improve”, zegt Jake hierover. Dus pas op. Hoe hoger je de druk opvoert, hoe groter de kans dat mensen in je team veilig inside the box gaan denken. Het moet lukken, want ik krijg dit team maar een week bij elkaar. Het moet lukken, want na deze sprint zijn we door het budget heen. Geen lekker begin als je gelooft in fail fast.

Even if you’re wrong the first time, the sprint process will help you light up your future path. – Jake Knapp

Wie de lezingen en blogs van Knapp volgt, weet dat hij er geen doekjes om windt dat zijn eerste prototypes vaker niet goed dan goed testen. Hij zegt: “It’s like throwing a dart in a dark room. You have no idea where you’re aiming, and there’s a really good chance you’ll miss. But after you’ve thrown, the light comes on, and you get to try again. You have a much better chance of hitting the target now.”

Het gevaar van de druk dat het de eerste keer meteen raak moet zijn, kan ervoor zorgen dat risico’s gemeden worden, bang dat stakeholders dwars gaan liggen, bang dat het idee af-test, backfire geeft op het hele proces en op de initiatiefnemer van de designsprint.

Vermijd het veilige zesje.



[ad_2]

- Advertentie -