Vincent Van Duysen: puurheid in esthetiek.

[ad_1]

We hoeven u waarschijnlijk niet meer te vertellen wie Vincent Van Duysen is. Met zijn prachtige, serene projecten veroverde deze Belgische architect de nationale en internationale interieur- en architectuurwereld. Met trots richt Imagicasa de schijnwerpers op het verhaal en de indrukwekkende projecten van deze getalenteerde en geprezen architect.

Van Duysen verwezenlijkt verschillende projecten, zowel residentieel als commercieel. Omdat elk project uniek is, heeft hij niet echt een favoriet. Maar als hij er toch een moest kiezen, zou hij zijn eigen woning noemen: “Een stedelijke oase, mijn plek om tot rust te komen.” Onder zijn werken vallen zowel architectuur als interieur en objecten met telkens dezelfde key-elementen die voor hem belangrijk zijn: vorm, geometrische orde en context. Zijn uiteindelijke doel is altijd om de kwaliteit van het ‘abitare’, het leven van zij die het ervaren, te verbeteren. Hij heeft veel inspiratiebronnen en werd erg beïnvloed door modernistische architecten wiens werk een cross-over was van vloeibaarheid, sensualiteit en materiële substantie. Denk aan Ludwig Mies Van Der Rohe, Luis Barragán, Le Corbusier, Louis Kahn, Dom Hans van der Laan en Peter Zumthor. Volgens Van Duysen zijn er te veel om op te noemen.

- Advertentie -

Vincent Van Duysen was ook mentor en werkgever van enkele vooraanstaande ontwerpers die nu zelf succesvolle architectuur- en interieurbureaus hebben. Zo werkten Dieter Vander Velpen, Glenn Sestig, Marc Merckx en Nicolas Schuybroeck – hun verhaal kan je elders in deze editie lezen – eerst voor Van Duysen. “Ik ben daar trots op, bij grote schilders had je vroeger ook leerlingen,” vertelt hij.

Imagicasa sprak met deze Belgische toparchitect over zijn passionele carrière in een exclusief interview.

Hoe voelt het om als Belg naam te maken in het buitenland en hoe ben je gegroeid naar die internationale faam?
“Dit is heel exponentieel gegaan. Dankzij de publicatie van mijn eerste woning in Antwerpen in de Britse Elle Decoration, toen Ilse Crawford nog hoofdredactrice was van het magazine, werd ik vrij snel gecontacteerd door buitenlandse klanten en is de internationale erkenning exponentieel gegroeid. Mijn stijl toen: gedesatureerde kleuren, natuurlijke materialen, rijk texturenpalet en sober vormgegeven interieurs. Een stijl waar ik op lange termijn heel consequent in ben geweest. Daardoor heb ik vrij snel de wereld bereikt. De internationale erkenning is er heel snel gekomen en dit geeft heel veel voldoening. Ik heb in januari nog de Henry van de Velde Award ‘Lifetime Achievement Award’ gewonnen en het is een eer voor mij om ook in eigen land gewaardeerd te worden voor mijn oeuvre.”

Werk je het liefst in eigen land of in het buitenland?
“Mijn huis is waar mijn hart ligt, maar dat weerhoudt me er niet van de hele wereld over te steken op zoek naar nieuwe tradities en innovaties om mezelf in mijn ontwerpproces uit te dagen. Op dit moment heb ik het geluk dat ik de kans krijg om typologieën te ontwerpen die ik nog niet eerder heb gedaan en om een perfecte balans te houden tussen mijn projecten in België en in het buitenland.”

Is er een verschil tussen internationale en nationale projecten qua stijl of aanpak?
“Het doel is om op maat gemaakte omgevingen voor elke individuvorm te creëren. Al mijn projecten hebben een constante. Maar ze tonen ook een goed begrip naar de behoeften en context die moet worden aangepakt. De stijl wordt altijd doorgetrokken, geïnspireerd door de cultuur van de plek. Elk individu heeft een ander eisenpakket waarrond ik mijn projecten moet creëren en uiteraard is er ook de context die de aard van het project beïnvloedt. Mijn stijl en proces zijn constant zowel in het binnenland als buitenland.”

Mijn architectonische taal is niet verlegen om esthetiek, maar is bestand tegen mode en trends.

Wat is jouw designfilosofie?
“Ik zou mijn stijlfilosofie definiëren als het gebruik van pure en tactiele materialen die resulteren in een duidelijk en tijdloos ontwerp. Mijn aanpak omvat alle aspecten van design, met betrekking tot context en traditie, waarin de zintuigen en fysieke ervaring van de ruimte, materialen en licht de gebruiker centraal stellen. Functionaliteit, duurzaamheid en comfort zijn de belangrijkste componenten van mijn werk. Mijn architectonische taal is niet verlegen om esthetiek, maar is bestand tegen mode en trends.”

We begrijpen dat je jouw ontwerpen liever niet laat omschrijven als ‘minimalistisch’, hoe zou je jouw stijl zelf omschrijven?
“Dat is afhankelijk van de interpretatie die men geeft aan het woord minimalisme. Ik werk graag met gelaagdheid en contrast om een soort van warme sensualiteit te bereiken. In die zin val ik dus niet onder het minimalisme. Ik ben niet te vinden in minimalistische, nuchtere interieurs. Ik wil ziel. Maar het gaat niet altijd om een veelheid aan materialen. Ik zou het meer omschrijven als ‘essentialisme’: tot de kern komen waardoor authenticiteit, eenvoud en zuiverheid bereikt wordt. Mijn aandacht gaat uit naar een puurheid in esthetiek.”

Wat is de stijl van je eigen woning?
“Mijn woning is een constante inspiratiebron voor mij. Ik werkte met een zeer Belgisch palet dat ruw geweven texturen combineert, maar ook zeer naturelle, gladde oppervlakken zoals gips, brede populieren vloerplanken en Belgische hardsteen. Ik wilde verwijzen naar de rijke architecturale geschiedenis van het huis, maar ook een serene ruimte creëren waarin moderne kunst en meubelstukken comfortabel zouden kunnen zijn en tijdloos zouden aanvoelen.”

Je staat bekend om je hypergedetailleerde en unieke afwerking. Hoe bekom je die?
“Ik ontwerp een woning zoals een meubel. De aandacht voor detail en materialen zijn de elementen waar ik naar streef in mijn architectuur. Dit wordt verkregen door een balans te vinden tussen wat genoeg en wat te veel is. Het is een proces van de juiste gelaagdheid en proportie te vinden van de materialen om de ruimte tot zijn essentie te brengen. Je moet de details uitwerken tot je alleen de essentie overhoudt.”

Hoe creëer je dat gevoel van rust en sereniteit in je projecten?
“Wanneer ik het overbodige verfijn, houd ik me meer bezig met de fundamentele aspecten van het leven die ik het belangrijkste vind: eten, slapen en converseren. Ik probeer vooral de ruimtes en werken met subtiele contrasten en kleuren te balanceren. Meestal gebruik ik dan een monochroom palet met heel subtiele variaties. Het gebruik van natuurlijke materialen zoals hout en natuursteen, ambachtelijke materialen, is ook belangrijk. Ik decoreer niet. Ik beperk me tot meubilair, boeken en kunst.”

Wat voor projecten doe je het liefst?
“Elk project is uniek en het is altijd zo belangrijk om het project te verbinden met zijn cultuur. Tegelijkertijd moet men rekening houden met de context, locatie, relaties, programma en de opdracht en deze diversiteit resulteert altijd in projecten die zich onderscheiden en volledig op maat gemaakt zijn. Ik vind het leuk om zo opmerkzaam mogelijk te zijn en heb een sterk visuele benadering. Ik zit regelmatig met mijn team samen waar we ideeën en aanwijzingen bespreken om tot een gedeelde visie te komen.” Is je stijl of aanpak geëvolueerd of veranderd tegenover vroeger?
“Ik ben constant bezig met het ontwerpproces. In mijn hoofd ben ik voortdurend aan het vormgeven. Ik hou ervan om een verhaal in het achterhoofd te houden tijdens het ontwerpen. Ik wil een storyteller zijn. Want het draait niet altijd om het pragmatische, maar wel om de ziel. Met respect voor de traditie en het vertrouwde kader heeft een project, naast het gebruikscomfort, altijd nog iets onverwachts nodig. Iets dat een emotioneel verband creëert. Net dat aspect zorgt volgens mij voor een tijdloos karakter. Ik merk zelf de evolutie wanneer ik mijn beide monografieën naast elkaar zet, de projecten zijn nu ‘matuurder’. In vergelijking met tien jaar geleden gaat mijn creatief proces veel breder dan architectuur en interieur. Ik ben onder andere creatief directeur van Molteni&C/Dada en artistiek directeur van Sahco (Kvadrat).”

Je hebt al heel wat verwezenlijkt, maar wat staat er nog op je design bucket list?
“Ik zou enorm graag een shelter realiseren in de natuur, waar je je kan terugtrekken. Weg van het drukke zakenleven en al zijn afleidingen. Iets erg poëtisch maar in mijn eigen ontwerptaal. Daarnaast zou ik bijzonder graag een plek ontwerpen waar je tot rust kan komen. Ik wil dat ze gerelateerd is aan kunst of sculpturen, maar het hoeft niet per se een galerij of museum te zijn.”

Dit interview verscheen oorspronkelijk in Imagicasa Magazine Spring 2019.

[ad_2]

- Advertentie -